Het sprookje van de drie reuzen

Ergens in een heel, heel klein landje woonden drie reuzen. Deze drie reuzen woonden in een klein dorpje samen met  alleen maar tevreden mensen. Natuurlijk hadden deze mensen ook wel eens ruzie, dat hoort bij een gemeenschap waar mensen wonen. Maar die ruzies duurden nooit lang want in dat dorpje waren ook cafés waar de mensen dan naar toe gingen om die onenigheid te beklinken. Als de ruzie dan was bijgelegd gingen alle mensen ’s avonds weer tevreden naar huis.

De ene reus Petrus genaamd had onderdak gekregen bij Norg Seal. Dit was de bouwvakker van het dorp. Hij had een grote hal waar Petrus zijn onderdak had gevonden. Hij was daar zeer tevreden over, hij stond lekker warm wanneer hij weer een op pad geweest was om zich in den lande te vertonen.

De andere reus was eigenlijk een reuzin. Zij heette Marie en was geschapen naar een voorbeeld van een kroegbazin. Ook zij had onderdak gevonden bij Anneke van Boxtel. Anneke was de boerin van het aan het dorp grenzende gehucht.  Maar zij had ook heel veel kinderen in het dorp ter wereld geholpen. Dat  was zogenaamd haar roeping. Marie had het ook erg naar haar zin in de schuur bij Anneke. Zij mocht zo nu en dan in het warme hooi slapen van Anneke.

De derde reus was ook een reuzin. Zij heette met een deftige naam Everlina. Zij was eigenlijk een kloosterlinge en mocht dus bij de nonnen slapen in het naburige dorp. Ook zij had het daar bij de nonnen erg naar haar zin. Zuster Gennie hield er persoonlijk toezicht op dat Everlina niet naar de mannen kon kijken als zij ’s avonds terugkwam van haar uitstapje met de twee andere reuzen. Ook mocht Petrus absoluut niet bij Everlina in dezelfde ruimte logeren, als dat al eens voor kwam, dan werd er een doek over het hoofd van Everlina gelegd, zodat ze het manspersoon niet kon aanschouwen.

Sinds een aantal jaren waren de drie reuzen uitgebreid met nog een mini-reusje met de naam Henk. Dit mini-reusje was ontsproten uit de rond het dorp liggende vennen, vandaar zijn vissenkop. Henk is af en toe erg ondeugend en plaagt dan de kleine kindertje door hun een dooie muis aan een touwtje voor hun gezicht te houden. Henk slaapt meestal in zijn eigen kistje wat ook bij Norg in de ruimte staat. De dagelijkse zorg voor Henk ligt in handen van Jaonekuh van de Vlakte die in het naburige dorp een veelgevraagd en bekend persoon was. Als Jaonekuh eens een keer niet kon dan kwam Tina Lichtens in het geweer want zij was in het grote dorp verzorgster van kindjes die niet naar de gewone school kunnen.

De vier reuzen werden regelmatig uitgenodigd om bij andere reuzen op hun feestje te komen of als er in het dorp van andere reuzen weer eens iets te doen was. Ze mochten dan met zijn allen meerijden in de grote vrachtwagen van Joseph van Veghel, de timmerman van het dorp. Deze Joseph woonde in het buitengebied van het dorp en had daar onder andere wat paarden staan die af en toe eens vervoerd moesten worden, vandaar die grote vrachtwagen. Als de reuzen dan met hun vieren in die grote wagen stonden, hadden ze de grootste lol. Ze vertelden elkaar de mooiste verhalen van vorige uitstapjes en af en toe hadden ze zo’n lol dat heel de vrachtwagen heen en weer schudde. Hierdoor had Liesje de dochter van Joseph de grootste moeite om de wagen op de weg te houden. Maar ondanks dat waren het altijd heel gezellige uitstapjes ook al omdat er dikwijls een bandje meeging om de zaak eens lekker op te vrolijken. En niet alleen de reuzen want als we allen weer huiswaarts keerden stapten ook de meeste leden van dat bandje super vrolijk in de bus. Dat bandje droeg dan ook de toepasselijke naam Altijd Braaf.

Op zekere dag, ik dacht dat het de nationale feestdag van het buurland was, zei Joseph de timmerman: “het wordt weer eens tijd voor een feestje” dus werd de hele dorpsraad bij elkaar geroepen. Joseph was namelijk de voorzitter van het feest comité van het dorp.

Kunnen wij niet iets leuks doen met de reuzen vroeg Peer van de Jongenheuvel, hij was de zoon van de loodgieter van het dorp. Dat lijkt me een goed idee zei Hiero van de Zeep. Hij woonde in het naburige dorp en zorgde er altijd voor dat het nieuws over de reuzen in het plaatselijke krantje gedrukt werd.

Wordt vervolgd…